Een binnendeur verven doe je door de deur eerst te ontvetten en licht te schuren. Breng daarna waar nodig grondverf aan en werk de deur af met lak voor binnen. Gebruik een kwast voor de randen en een lakroller voor de grote vlakken.
Een goede voorbereiding kost tijd, maar helpt voorkomen dat de verf loslaat of dat je beschadigingen door de nieuwe laag heen blijft zien. Hieronder lees je hoe je de deur aanpakt en rolstrepen zoveel mogelijk voorkomt.
Welke verf gebruik je voor een binnendeur?
Voor een houten binnendeur is watergedragen lak voor binnen een praktische keuze. Deze verf ruikt minder sterk dan lak op terpentinebasis en droogt doorgaans snel. Kies een lak die geschikt is voor deuren en tegen dagelijks gebruik kan.
Met zijdeglans krijg je een lichte glans en vallen kleine oneffenheden minder op. Hoogglans geeft meer glans en is goed schoon te maken, maar laat oneffenheden en beschadigingen sneller zien. Matte lak kan ook, zolang het product geschikt is voor deuren.
Grondverf is nodig op onbehandeld hout en op plekken waar je tot op het hout hebt geschuurd. Gebruik bij een kunststof deur een primer die geschikt is voor die ondergrond. Een oude verflaag die nog goed vastzit, hoef je meestal niet helemaal in de grondverf te zetten.
Dit heb je nodig
- Ontvetter, een doek en eventueel schoon water om na te wassen.
- Schuurpapier: ongeveer korrel 80 tot 120 voor beschadigingen en korrel 220 tot 320 voor het licht opschuren van een bestaande verflaag.
- Houtvuller en een plamuurmes voor gaatjes en kleine beschadigingen.
- Afdekfolie en schilderstape voor de vloer, het glas en onderdelen die je niet verft.
- Grondverf waar nodig en lak voor binnen.
- Een kwast voor watergedragen verf, een geschikte lakroller, een verfbakje en een roerhoutje.
Binnendeur verven in zes stappen
1. Maak ruimte en verwijder het beslag. Dek de vloer af en haal de deurklink en afdekplaatjes weg. Plak glas en andere onderdelen af die niet geschilderd worden. Zorg voor ventilatie, maar voorkom sterke tocht tijdens het verven.
2. Ontvet de deur. Maak beide kanten en de randen schoon met ontvetter. Was na met schoon water als dat nodig is en laat de deur drogen. Ontvetten doe je vóór het schuren, zodat je geen vet in het oppervlak schuurt.
3. Schuur en herstel beschadigingen. Verwijder losse verf en schuur de overgangen naar de vaste verflaag glad. Schuur een intacte laag licht op tot deze mat is. Vul gaatjes met houtvuller en schuur de gedroogde vulling vlak. Maak de deur daarna stofvrij.
4. Breng grondverf aan waar dat nodig is. Zet kaal hout en gerepareerde plekken in de grondverf. Gebruik een kwast voor hoeken en profielen en een roller voor grotere vlakken. Laat de grondverf drogen, schuur de laag licht op en verwijder het stof.
5. Lak de deur. Roer de verf goed door. Schilder eerst de randen en profielen met een kwast. Verdeel de lak daarna met de roller over de grote vlakken. Werk van boven naar beneden en sluit af met rustige banen in dezelfde richting.
6. Breng zo nodig een tweede laklaag aan. Laat de eerste laag drogen, schuur hem licht op en maak hem stofvrij. Een tweede laag geeft meestal een betere dekking, vooral als je een donkere deur licht verft. Op de verpakking staat wanneer de lak overschilderbaar is en hoe lang het duurt voordat deze volledig is uitgehard.
Hoe voorkom je strepen en druipers?
Gebruik een lakroller die past bij watergedragen verf en neem genoeg verf op, maar laat de roller niet druipen. Verdeel de verf gelijkmatig en werk steeds een stukje verder terwijl de vorige baan nog nat is. Rol niet opnieuw door een laag die al begint te drogen: dan kun je juist strepen trekken.
Bij een paneeldeur schilder je eerst de profielen en panelen en daarna de grotere, vlakke delen. Kijk tijdens het verven langs het oppervlak om zakkers te zien. Werk die direct weg met de kwast of roller.
Werk bij voorkeur in een ruimte van ongeveer 20 graden. Felle zon op de deur en sterke tocht kunnen de verf te snel laten drogen, waardoor banen zichtbaar blijven.
Deur hangend of liggend verven?
Een deur die blijft hangen, kun je aan beide kanten verven zonder haar te verplaatsen. Zet haar stevig open en bescherm de vloer. Let bij deze werkwijze extra op druipers, vooral langs de randen en bij panelen.
Leg je de deur op schragen, dan kun je makkelijker bij het oppervlak en loopt de verf minder snel uit. Wel moet één kant voldoende droog zijn voordat je de deur omdraait. Bescherm de geschilderde kant tegen beschadiging door de schragen.
Veelgestelde vragen
Kun je een binnendeur verven zonder te schuren?
Dat is meestal niet verstandig. Door een bestaande verflaag licht op te schuren, krijgt de nieuwe lak meer grip. Bij sommige speciale producten is schuren volgens de fabrikant niet nodig, maar de ondergrond moet ook dan schoon en geschikt zijn.
Kun je een kunststof binnendeur verven?
Ja, vaak kan dat met een geschikte hechtprimer en lak. Kunststof en deuren met een folie-afwerking verschillen wel in samenstelling. Probeer de primer daarom eerst op een onopvallende plek. Laat een beschadigde of loslatende folie niet onder een nieuwe verflaag zitten.
Wat kost het om zelf een binnendeur te verven?
Dat hangt af van de lak, de staat van de deur en de spullen die je al hebt. Naast verf heb je mogelijk ook grondverf, schuurpapier, een kwast en een roller nodig. Voor een beschadigde deur komt daar nog houtvuller bij. Bereken de hoeveelheid lak aan de hand van beide kanten, de randen en het aantal lagen.
Laat de lak goed uitharden voordat je de klink terugplaatst en de deur weer intensief gebruikt. Zo voorkom je afdrukken in de verse verf.



